PROSPECTS: Ivo Konings

Een van de geselecteerde kunstenaars voor 'Prospects' is Ivo Konings. Voor Limburg Cultuurt beantwoordde hij enkele vragen en gaat hij verder in op zijn oeuvre.

Welke mening schuilt er achter jouw kunst?

Hierop antwoord ik met een gedicht dat ik schreef voor de opening van een tentoonstelling van de kunstschilder Freddy Schoofs. VITRUVIUS

Een schilder kan een dichter zijn

Het naakte canvas, drager van zijn adem,

Wit in al zijn eenvoud,

Kwetsbaar vlak en moederschoot

Waaruit de kunstenaar geboren moet,

Maar ook het monster dat in zich

De schoonheid bergt,

Hoer die uitdaagt en het verlangen

Tot een meesterwerk verheft.

Zo staat hij in het midden van de kamer,

Hulpeloos en bang soms

Om straks al zijn pijnen tot genot te borstelen,

Korte stapjes twijfel, zoekend naar de taal

Die hij moet spreken, een vloek of een gebed.

Hij moet uit zijn eigen bloed verdwijnen

Om meester te worden van het vlak.

Dan wordt het penseel de estoque van de matador

Die tussen de schouderbladeren recht naar het hart

Van het wit gaat om het tot leven te brengen,

Een streep op het canvas, de strijd tussen licht en schaduw,

Focus.

Hier kan de gulden snede ijzer worden of muziek,

De eerste noot van een compositie.

Zo laat de schilder zich in de bedding vloeien,

Tot alles samenstroomt,

Hijzelf vloeibaar wordt in kleur en licht,

Even tijdloos in een verzonnen ruimte

Waar geen taboe kan heersen,

Alleen de liefde nog, l'art pour l'art,

Zich neergeschilderd,

Nu klaar om het doek te delen met de wereld.

Dan draait hij de rug naar zijn werk

En vloekt

Omdat zijn hond vol verf hangt.

IVO KONINGS (voor Freddy Schoofs, 8 december 2013)

Poëtische taal is machtiger dan louter getheoretiseer, al is het over jezelf en je werk gaat. Heel in het kort zou ik kunnen stellen: schoonheid en lelijkheid, inhoud, woede, verslagenheid, macht en onmacht, puur geluk of ongeluk, kijken en voelen,leven en dood, vangen en vertalen.



Kan je je vorming verder toelichten?

Beeldhouwen en schilderen:

Ik heb een diploma van de Hasseltse Academie en heb later nog drie jaar beeldhouwkunst gevolgd in de Academie van Hasselt voornamelijk omdat ik door mijn beperking aangewezen was op hulp om de zware mergelstenen te hanteren. Na het bouwen van mijn atelier heb ik er jaren gewerkt met verschillende materialen. Vorming evolueert natuurlijk en dat is sterk afhankelijk van je werkkracht, maar ook van veranderende levensomstandigheden zoals dat bij mij het geval was. Na een ongeval kwam ik in een rolstoel terecht met tetraplegie als gevolg waardoor ook mijn handfunctie beperkt

was. Daardoor moest ik overschakelen op andere technieken en materialen in mijn

beeldhouwkunst.

Tekenen bleef ik doen maar omdat het fysiek toch niet meer ging zoals vroeger schakelde ik over op digitale kunst. Ondertussen heb ik zo'n een duizendtal tekeningen en schilderijen gemaakt.

Literatuur: hier was het leven zelf mijn leermeester. Ik schreef 2 romans(debuutprijs literatuur, 3 theaterstukken, en 5 dichtbundels.(Prijs Basiel de Craene)

Wat inspireerde je artistieke expressie?

Als kind al dook ik uren lang onder in encyclopedie ' De Winkler Prins' waarin ik afbeeldingen

vond van de grote meesters. Dat inspireerde me al om te tekenen. Zo herinner ik mij van het eerste studiejaar maar 1 voorval en wel de punten van de onderwijzer voor mijn tekening van een hond. Ik was woedend omdat ik maar 7,5 op 10 kreeg en heb dat ook duidelijk gemaakt aan de onderwijzer. De volgende tekening kreeg ik 9,5 waarmee ik kon leven.

Mijn hele jeugd is wel uitzonderlijk te noemen omdat ik in Merksplas (vader was er directeur)

tussen de gevangen leefde, ze werkten er 3 dagen per week in onze tuin, ze waren mijn

speelkameraden, vervangende vaders, en vooral gaven ze mij voor de rest van mijn leven een sociaal inzicht mee, een afkeer voor vooroordelen en een manier om 'out of the box' te leren denken.

Ik ging er ook heel vaak naar de bibliotheek waar ik als jongeling mijn gading vond en ook veel boeken las die toen op de 'index' stonden. Mijn liefde voor de literatuur is daar geboren.

Verder vind ik inspiratie in een steen of een berg, een insect of een olifant, een verkrachter of een heilige.

Maar de meeste inspiratie deed ik toch op door naar honderden tentoonstellingen in musea en kunstgalerijen te gaan kijken.

Elk bekeken kunstwerk is een verrassing, een mindfuck, een breekijzer, kilo's kersen op de taart maar kan evengoed 'zum kotzen' zijn.

Wat weel belangrijk is om weten is dat inspiratie natuurlijk ook komt terwijl je met een werk bezig bent. Zo heb ik me, bij wijze van spreken, al vaak afgevraagd hoe een werk er zou uitzien, mocht ik verder gewerkt hebben maar niet kon omdat ik dringend naar het toilet moest.

Inspiratie heb je van de lange duur maar het kan evengoed een flits zijn, ongrijpbaar maar toch aanwezig.


Hoe ziet je creatieve proces er uit?

Eerst veel goesting en dan vooruit met de geit. Uiteraard verschilt dat naargelang van de kunstvorm waarmee je op dat ogenblik bezig bent.

Ik sta meestal heel lang op het perron, laat een aantal treinen voorbij rijden tot ik de juiste

bestemming vind en dan moet het wel een TGV zijn die zonder stoppen door raast tot de

eindbestemming. Soms kom ik per ongeluk op een boemeltrein terecht, maar dan stap ik de

volgende halte alweer vlug uit. Ik heb meer kunstwerken vernield dan ik er gemaakt heb.

Veel denken, dan doen en daarna een pint pakken.

Aan welke aspecten besteed je bijzonder veel aandacht?

Ik hou van hedendaagse kunst, experimenten enz... maar toch ben ik nog een beetje van de oude stempel wat dat betreft. Voor de beeldhouwkunst zijn schoonheid, techniek en ervaring belangrijke onderdelen.

Ik experimenteer graag met vormen maar uiteindelijk zal je in mijn abstractie toch nog vaak het figuratieve terug vinden.

Toen ik nog met marmer en hardsteen kon werken was de steen de baas. Nu werk ik in mergel, is wat vrouwelijker en zachter en vraagt dus ook een andere manier van werken.

Als ik aan een steen begin is het onderwerp niet zo belangrijk. Het is de eerste haal door de steen, de plaats waarop, bepaalt het verdere verloop. En dan is het een constante zoektocht naar de juiste compositie, de juiste vorm, harmonie tussen oorlog en vrede.

In elke steen zitten er meer beeldhouwwerken dan sterren in de hemel en daar moet je het dan mee doen.


Waaraan ben je momenteel aan het werken?

Momenteeel kan ik geen mergel meer bewerken omdat mijn twee pezen aan mijn schouders zijn afgescheurd. Te hevig geweest met blokken van 150 kilo.

Ik maak nu vele digitale werken die ik op doek laat afdrukken. Je ziet er zo eentje op een foto.

Ook met poëzie ben ik bezig: zo zijn we met enkele collega's sonnetten van Shakespeare aan het vertalen. Het boek verschijnt in december en de opbrengst gaat naar het Jessa ziekenhuis.

Hoe zie je de rol van de kunstenaar in de maatschappij?

Dat is voor elke kunstenaar anders: voor de ene hangt het samen met filosofie van diversiteit (mijn vriend Koen Van Mechelen), voor de ander gaat het om de pure schoonheid, weer een ander gebruikt de kunst als zwaard voor de omgeving (Banksy), veel hangt ook af van de plaats en de tijd maar wat zeker is dat de kunst het enige belangrijke is van wat er over blijft van de geschiedenis, een cultuur, een volk, een religie.

De kunstenaar is één en al oor en oog, hij voelt en vertaalt. Zoals in de poëzie is een kunstwerk ontdaan van het overbodige, prikkelt het de fantasie, is het een spiegel van de tijd, laat het toe te kijken in de ziel van de kunstenaar zelf en vooral maakt het ons af en toe echt gelukkig.

De kunstenaar is een wereldburger, ook als hij opgesloten zit in zijn atelier, het is de wereld die als prachtige herfstbladeren komt binnen waaien, of als een pletwals over hem heen raast.

Die kwetsbaarheid toont hij aan de mensen het en dat is juist zijn sterkte.

Hij haalt de honing uit de bloem en laat de wereld ervan proeven.


Werk je op muziek?

Meestal luister ik naar klassieke muziek. Bach en Handel zijn mijn favorieten, maar ook vind ik blues, vooral de oorspronkelijke, geweldig. Verder luister ik veel naar Cohen, Brel en Brassens, maar ook naar de Rolling Stones, de Beatles, veel muziek uit de jaren zestig en zeventig.

Ik ben beginnen gitaar spelen op mijn tiende en mijn eerste liedje dat ik kon spelen was 'Café zonder bier' van Bobbejaan Schoepen. Later speelde en zong ik in een jazzband.

Ik maakte ook een choreografie voor het festival van Vlaanderen op experimentele muziek.

(vaak opgevoerd). Dus ja, muziek is toch nog altijd de belangrijkste kunstvorm die iedereen bereikten universeel is. Playlist: https://open.spotify.com/playlist/2FUCdeK1pFeKGsFduOYIue

- S.P. - Met dank aan Ivo Konings -

112 keer bekeken0 reacties
 

©2020 door Limburg Cultuurt. Met trots gemaakt met Wix.com