PROSPECTS: Debora De Haes

Eén van de geselecteerde kunstenaars voor online expositie ‘Prospects’ is Debora de Haes. Reden te meer om dieper in te gaan op de totstandkoming van haar kunst. Haar werk laat zich kenmerken door de grote vragen over het bestaan die ze ermee durft te stellen, verpakt in beklemmende en vervreemdende weergaven van het menselijk lichaam.



Je haalt een aantal grote onderwerpen aan in je kunst: de grens van menselijkheid en bewustzijn, rationaliteit en emotie, waarheid. Hoe verwerk je zulke uiteenlopende onderwerpen in je werk?

“De vragen die ik stel hebben allemaal te maken met wie wij zijn als mens en waar we naartoe gaan. Ik lees regelmatig over die onderwerpen. De wereld zit boeiend in elkaar, neem bijvoorbeeld bewustzijn. We weten en kunnen zoveel. Maar dat wat het dichtst bij onszelf ligt, daar weten we het minst vanaf.

Wat betreft onderzoeken lees ik van die half-wetenschappelijk geschreven lectuur, die best wel interessant is. Als je dat leest wordt die invloed onrechtstreeks verwerkt in het schilderij. Als ik schilder volg ik de logica niet, maar het gevoel. De beredenering erachter zit er vooraf niet in, dat is maar een richtlijn. Er gebeuren en veranderen dingen op het moment zelf omdat je met die zaken bezig bent.”



Je zegt in je werk op zoek te zijn naar de plaats van het individu. In relatie tot wat?

“Dat gaat uiteindelijk over jezelf. Je maakt dingen omdat je behoefte hebt om iets te creëren. Je creëert iets omdat je opzoek bent naar jezelf, je wil daar iets mee doen. Als individu ga je altijd kijken: hoe verhoud ik mij tot andere mensen en de maatschappij?

Alles om je heen is van invloed op wat je bent en doet. Je geeft dat toch een plaats, ook al ben je je er niet van bewust. Bijvoorbeeld door de vragen die ik stel: hoe verhoud ik mij tot wat allemaal tot nu toe is gebeurd, waar gaan we in de toekomst naartoe? De genetische technologie geeft zoveel nieuwe mogelijkheden. Waar stopt het menszijn, het individu en het bewustzijn?”



Je academische achtergrond in de exacte wetenschap lijkt van invloed te zijn op je werk. Welke rol heeft dat gehad in je ontwikkeling tot kunstenaar? “Als je studeert ben je nog erg jong. Je bent dan nog niet erg bewust dat de hele wereld eigenlijk is opgebouwd uit wiskunde. Met ouder worden besef je veel beter hoe dat in elkaar zit.

Maar als je tijdens het schilderen begint te redeneren blokkeer je helemaal. Een nieuw werk ontstaat meestal als vervolg op het voorgaande. De analyse van zo’n werk doe je dan onbewust heel snel. Bijkomend elementen spit ik liever in het werk uit dan dat ik me sufpieker.”


Hoe heb je je eigen stijl ontdekt?

“Op een bepaald moment heb ik een manier gevonden om met acryl gemakkelijk overgangen te maken en fijn te werken. Zo kon ik huid creëren waarbij je ook het gevoel ervan kreeg. Ik ben die techniek blijven toepassen, maar geëvolueerd in het thema.

Momenteel ben ik met houtskool aan het werk. Wat begon als een volledig vrijblijvend experiment lijkt toch een aanzet te geven tot nieuw werk en een nieuwe invalshoek. De manier waarop ik met dit materiaal werk is gelijklopend met de manier waarop ik met acryl schilder. Van mijn schilderijen zeggen mensen ‘het lijkt getekend’. Het werk met houtskool wekt dan weer het gevoel van een schilderij op.”



Hecht je erg aan de gedachte achter je werk?

“Ja, dat doe ik wel. Soms denk ik, zal ik het wel zeggen? Elk werk heeft een betekenis, het voedt ook de manier hoe je het werk vormgeeft.

Ik heb er totaal geen probleem mee als toeschouwers een eigen betekenis geven die ik niet aan het werk gaf. Ik heb onlangs een tentoonstelling gehad waar iemand zei ‘goh, had ik dat geweten, dan had ik er heel anders naar gekeken’. In zo’n geval is de gedachte dus wel interessant om te begrijpen, maar aan de andere kant mag iedereen ervan maken wat zij wil.”


Is er een kerngedachte die je probeert uit te drukken, of is je kunst juist meer een manier om tot nieuwe gedachten te komen?

“Het is niet de bedoeling om tot nieuwe gedachten te komen, het is meer het uitdrukken van waar ik mee bezig ben. In mijn gedachten blijkt dat dan verband te houden. Ik wil daar geen nieuwe gedachten aan koppelen, dat gebeurt wel automatisch als ik bezig ben.”



Hoe ziet dat proces eruit?

“Naast schilderijen heb ik ook performances gedaan. Eén met een deken dat zowel trouw- als lijkkleed is, dus eigenlijk het ontstaan van leven en dood. En een harenkleed dat de voorstelling is van een open universum. Toen zag ik dat die twee in een andere context samengingen. In de uiteindelijke performance heb ik dat harenkleed gecombineerd met het trouw- en lijkkleed, eigenlijk de mens samen met het universum.”


Je schrijft over je werk ‘er wordt geprobeerd de grenzen tussen waar en onwaar te verbergen en te onthullen’. Hoe verwerk je dit in je kunst?

Dat is het switchen van context. Van wat ik maak is een deel natuurlijk waar, maar we kunnen al zoveel manipuleren. Als je bijvoorbeeld naar mijn filmpjes van The Makeable Body kijkt, krijg je de indruk van een hart of ruggengraat, maar dat is het niet. Het is dus onwaar. Al krijg je wel het gevoel.”

Welke rol heeft de kunstenaar in de samenleving?

“Ik denk wel om mensen met een open geest naar dingen te doen kijken, dat ze misschien soms eens stilstaan bij bepaalde aspecten. Maar ik denk niet dat dat voor elke kunstenaar zo hoeft te zijn. Je hebt ook de kunstenaar die kunst maakt om kunst te maken. Dat kan ook de bedoeling zijn zonder dat het decoratieve kunst wordt.

Uiteindelijk is kunst op de een of andere manier ook verbonden met onze cultuur, dus het kan ook niet anders dat als iemand stilstaat bij een kunstwerk en daar iets in ziet, dat het hen ergens raakt op een bepaalde manier, de kijk naar dingen kan verklaren.

Dat kan op verschillende manieren. Door een tentoonstelling te bezoeken waar je geboeid bent door de maatschappelijke context. Dat je daar bewustzijn vindt in een manier waarop je nog niet eerder had gekeken. Of dat je erdoorheen loopt en de beelden zonder context op je af laat komen, waarbij sommigen je meer of minder raken. Meestal zijn het dingen waar je zelf mee bezig bent die je dan raken.”


En de gesloten geesten dan?

“Je moet naar kunst leren kijken. Als het iemand is die dat wil en bijvoorbeeld begint meer en meer naar musea te gaan, gaat die zich ook meer openstellen. Iemand die bijna nooit gaat denkt eerder ‘oh dat kan ik ook’ omdat het beeld misschien niet happy of decoratief genoeg was. Het is moeilijk om die mensen zo naar kunst te laten kijken. Ik denk dat het alleen maar kan als er drang is om er meer over te weten.”


Waar werk je momenteel aan?

“Ik maak tussendoor mijn video’s. Ik ben ook aan het nadenken om een schilderij te maken en te combineren met een andere techniek. Het is moeilijk te zeggen ‘dit of dat gaat het worden’. Meestal komt dat op het moment zelf. Een werk verandert van betekenis op het moment dat ik het begin te maken.” - Thijs de Veen - Met dank aan Debora De Haes -

56 keer bekeken
 

©2020 door Limburg Cultuurt. Met trots gemaakt met Wix.com